O, eerbiedwaardig hoofd

H. Bijvanck

o Eerbiedweerdig hoofd

der blankgekruinde boomen,

hoe heerlijk groet gij mij,

in 's winters pronksieraad;

wanneer de bleeke zon

heur' eerste morgenstroomen

ontginsteren in 't gevlerk

van uwe takken laat!

Ze is helder, licht en wit,

ze is ongelijkbaar schoone,

ze is vlekkeloos, de pracht

waarmeê gij zegepraalt;

en, voor nen korten tijd

gekoningd, spant de kroone,

ver boven al 't gesteent'

daarin de zonne straalt.