Bericht aan de levenden

H. Henkemans

Het gebeurde in de Meidagen van het jaar 1940...

In het midden van Europa had de geest uit de afgrond

de duitse natie betoverd.

Zijn soldaten, overmachtig in bewapening en getal,

onderwierpen door list en geweld vele volken

en overrompelden ook Nederland.

Een klein getal burgers, onze koopvaarders buitengaats,

resten van leger en vloot

en de regering weken uit naar het westen en zetten vandaar,

tezamen met onze bondgenoten, de strijd voort.

In het bezette land werden de organisaties van vrije burgers

door de vijand ontbonden,

de wetten ontkracht, de kerken bedreigd, de pers gemuilkorfd

en de vrije beoefening van wetenschap en kunst verboden.

Meer dan honderdduizend joodse Nederlanders werden in de dood gejaagd,

honderdduizenden mannen gevangen en tot slavernij gedwongen.

Toen stonden in het midden des volks mannen en vrouwen op...

Tegen het geweld des vijands stelden zij overtuiging en geloof,

tegenover het teutoonse heidendom

het getuigenis van christendom en humanisme,

tegenover de georganiseerde miljoenen

de onvervangbare waarde van de mens.

Vreedzame burgers werden brandstichters, saboteurs en spionnen.

Zij hoedden het vrije woord in illegale geschriften,

hielpen de vervolgden,

verdedigden het recht van de ouders in de opvoeding

en de vrije prediking van het Evangelie,

vrijwaarden het menselijke verbond van de arts

met zijn patiënt tegen de inmenging van een machtsbeluste staat.

Dank zij hen was Nederland in die dagen,

hoewel gemarteld en vernederd,

nochtans vrijer en weerbaarder dan ooit...

Door de vijand vogelvrij verklaard,

werkend in gebrekkig georganiseerd verband,

met geen andere meester dan het geweten,

weerstonden zij de aanval op ons volksbestaan,

gaven zij de twijfelmoedigen zekerheid,

de zwakken kracht en de opgejaagden bescherming.

Velen van hen stierven in gevangenschap of voor het vuurpeloton.

Slechts weinigen konden in de vaderlandse bodem te ruste worden gelegd.

Gedenk ze met eerbied en altijd.

Verwijl niet te lang bij het verdriet om hen die wij missen...

Zoek niet de doden, zoek de levenden.

Zoek daar waar dit volk woont en werkt.

Zie hoe wijd zijn land is, hoe hoog zijn hemel,

hoe dichtbij het ruisen van de geweldige zee.

In deze gewesten zijn vrede en vrijheid groot geworden.

Zij zijn de vruchten van geestelijke zuiverheid,

eerlijk denken, naastenliefde en geloof.

Bedenk, dat hetgeen gisteren bedreigd werd,

heden en morgen opnieuw in gevaar kan verkeren.

Bescherm het en wees waakzaam.

Zolang mogen de paden die naar de stilte van onze doden leiden

begaanbaar blijven voor allen die zich willen bezinnen

op de waardij van vrijheid en gerechtigheid.

Daartoe helpe ons God...