Uw oogen

H. Milo

In den nacht, over my gebogen

ontwaar ik een aangezicht

en zo vreemd en zo vertrouwd zyn die ogen

donker en toch zo licht

Nu stralend van mededogen

dan verdwijnend als voor een gezicht

als beloften zo teder die ogen

dan als vragen op mij gericht

Mijn ziel heeft u ingezogen

stil houd ik mijn ogen dicht

al over 't geheim van uw ogen

als een godgezongen gezicht

Als vogels van verre gevlogen

tot myn zielwaar zy open ligt,

van wien zyn toch die ogen

zo donker en toch zo ligt?

Heb eens ik niet opgetogen

uit myn spel in uw armen gelicht

aanschouwd van naby die ogen

waar donkere zonde voor zwicht?

En herken ik nu liefde bewogen

uit wat eeuwen ver achter my ligt

O Christus, o Heiland, uw ogen

als dromen van hemellicht?