Bloesem

H. Mulder

Oneindig zijn de vloeren van den nacht -

en droomend bruinen vrede, deint, o akkeraarde,

dit donkre nachtland in uw warmen schoot

o, paarlen licht

aan donkers zachte zoomen

schoort een verlaten boom

den wankelenden boog der nacht

als gij den avond om uw schouders plooit,

figuur, gekerfd uit nachtelijk ivoor,

den droom der wimpers langs de luchten spant

en scheemrend schrijdt

blauwen uw oogen bloei

en slaan de velden witten geur en wijn,

die uw omdroomde schreden kostbaar siert;

en firmamenten ruischen sterrenbloesems,

die uwer handen tasten scheemrend dauwt.

en door ons warme schrijden schrijdt de nacht.

maar hoor, het wappren van haar grijzen mantel

over den loomenstap der eeuwigheid.