De vreemdeling

H. Mulder

Laat mij alleen.

Dit is de tweesprong onzer wegen.

gij hebt mij tot den versten rand geleid.

maar keer hier om, ween niet.

gij kunt den laatsten tocht naast mij niet schrijden,

noch ik met u, gij gaat hem eens alleen.

gij zijt mij nochtans onverdeeld verpand:

ik heb uw bloed den donkren kus gegeven

van hen, die boven dood en leven

ontstegen zijn. ik ben hun afgezant.

ik beid uw komst.

wij zullen eens den zwarten wijn

van dood en donker uit één beker drinken,

wij zullen stroomend in elkaar verzinken

en eeuwig zijn.

vaarwel.

ik keer niet weer.

maar gij komt zelve, later.

vaarwel. het water

roept voor de derde keer.