Heerscher

H. Mulder

Hij schreed

en ruimte was hem soepel kleed

aan 't koele lijf.

de gladde luchten spatten uit elkander

en roode sterren walmden àl hun wonder

in wankelenden nacht.

hij schreed

en ruimte brak aan zijn metalen tred

en lucht verkromp voor zijn doorzengden zucht.

leven was enkle vlokken violette geur.

hij at

en aarde trok haar gillende spiralen

door schrompelenden nacht:

hij had geproefd.

hij stond,

atoom en kosmos beide,

en heerschend was in ertsen greep

over den werveldans der elementen

d'ivoren glimlach van den stillen knaap.