Invocatio

H. Mulder

Laat mij in uwer haren mantel slapen

en leg uw donker om mijn wilde hart,

verban het licht uit mijher oogen dalen

en vouw uw venster open in den nacht.

want ik ben moe, de dag heeft mij geslagen

met vuur en wijn uit zijn verweerde bron.

mijn angst versteende teere rozenhagen:

ik ben een blindelings bezetene van zon.

omhul mijn hoofd en laat de schuwe handen,

verborgen in de schee van uw gewaad,

zich ankren mogen aan de heuvelflanken,

waardoor de hartslag van den schemer waart.

en neem mijn mond, want haar verdroogde vlammen

vermengen naar de schaduw van uw bloed,

bedauw mijn stem met schemerende glansen

en gord mijn oogen aan met zachten moed.

laat mij in uwer haren mantel slapen

en leg uw donker om mijn wilde hart,

verban het licht uit mijner oogen dalen

en vouw uw venster open in den nacht.