Laat de luiken geloken zijn

H. Mulder

Laat de luiken geloken zijn

wiege wiegele weine

en de stilte onverbroken zijn

wiege wiegele wee

Wen het kindje gedogen wil

moe en tevreeën,

dat de blinkende oogen stil

toe zijn gegleeën

Dan zal komen de droomenvrouw

zacht over de grond

zij de vrome, die schromen zou

zoo zij wakenden vond

En zij zal in de langen nacht

aan het hoofd zich vlijen

met der droomen wufte vlinderpracht

het kindje verblijen

Het verhaal zal zij weer beginnen

het angstig mooie

en zij zal zich duizend keer bezinnen

en het niet voltooien

Laat de luiken geloken zijn

wiege wiegele weine

en de stilte onverbroken zijn

wiege wiegele wei