Dat is die minne die ewelic minnet

H. van Heukelom-van den Brandeler

Wat dauwt daar zoo waar de

Zon ondergaat -?

Kind, de zon doet de aarde

In nachtgewaad.

Wat zijn dat voor dingen

In wei en riet -?

Kind, de krekels zingen

Een minnelied.

Wat dragen de winden

Voor geur zoo laat -?

Kind, de bloesem van linden

Die opengaat.

Wat schijnen jouw oogen

Zoo groot, zoo goud -?

Kind, dat doet dat hooge

Vergulde woud.

Wat is - zeg - dat verre

Zoete verdriet -?

Kind, vraag dat den sterren,

Vraag het mij niet!