Lenteknoppen

H. van Nieuwenhoven

De knoppen zwellen in den zoelen nacht.

O! morgen, morgen zullen ze opengaan!

De twijgen trillen en de stille laan

Is diep ontroerd, als een die zwijgt en wacht.

Op 't zwarte water zwemt een enkle zwaan.

Heel in de verte zwijmt een vogelklacht

En op het mos zijgt door de takken zacht

Het zilverlicht der pasontloken maan.

Ik voel mijn hart zóó zwellen in mijn borst,

Of 't ook wilde openspringen, morgen vroeg,

Als al die groene knoppen om mij heen.

Hart, heugt u niet meer hoe ge eens bloeien dorst

En hoe de storm uw kelk te pletter sloeg?

En wilt ge wêer....? - Stil! zeg het mij alleen!