De fluitspeler
H. Zagwijn
Dwalend in 't bosch door 't laatste licht beschenen,
Hoor ik de gladde tonen van een fluit;
Ik weet niet van waar komt dat lief geluid,
Dat in de kalmen avond lijkt te weenen.
En 'denk aan hem, die ver van menschen henen
zingt donker leed in held're tonen uit,
Voor 't luist'rend bosch zijn zieke ziel ontsluit
Of klachten henen fluit naar 't lief verdwenen.
En meer en meer begint het bosch te duistren
n al maar zachter schreit het droomrig lied,
Dat versterven gaat in hoopvol fluist'ren.
En in mijn ziel blijft lang een oud verdriet
Een na-zang van dien zang, melodisch klagen,
Aan de eenzaamheid van 't bosch vertroosting vragen.