De Nachtergaal
H. Zagwijn
Hoe lief is 't, op nen loovertak,
langs ongehoord te vooren
en ongezien, in 't looverdak,
den nachtegaal te hooren,
die, vindende al zijn vooizen uit,
komt al de vogelchooren,
met zijn betooverend, overluid
en lief en lang geturelutuit,
verduisteren en versmooren!