Minnelied

Hans Heinrich XIV, Graf Bolko von Hochberg

Heerlijk klinkt de vogelzang,

Als mijn lief, mijn leven,

Die mijn jeugdig hart innam,

Wandelt door de dreven.

Roder bloeien dal en wei,

Groener wordt de aarde

[Waar mijn lieve vrouw in mei

Lentebloemen gaarde.]

Zonder haar is alles dood,

Kwijnen bloem en kruiden;

En geen lenteavondrood

Kan mij vreugd bereiden.

Lieve, liefelijke vrouw,

Wil toch nooit meer weggaan;

Dat mijn hart, als deze gouw,

Moge blij in bloei staan!