De ziel spreekt

Hans Schouwman

Lijd getroost; want ik zal klaren,

Eer uw tranen zijn vervuld,

Tot den lach die al uw jaren

In zijn éenen luister hult.

Laat door venstren van uw oogen

Open steeds in lach of leed,

Tot mij binnen die bewogen

Licht van God, dat leven heet:

Als de zon den morgenregen

In den middag achterhaalt,

Tot de wereld allerwegen

Van hun éenen luister straalt,

Zal het masker uwer trekken,

Vóor het in den dood verstijft,

Nog mijn eigen glorie dekken,

Die u tot den einde blijft.

Na den klaren avondluister

Van uw oogen en uw mond

Wachten door hetzelfde duister

Wij denzelfden morgenstond.