Goede dood

Herman Mulder

Goede Dood wiens zuiver pijpen

Door 't verstilde leven boort,

Die tot glimlach van begrijpen

Alle jong en schoon bekoort,

Voor wien kinderen en wijzen

Lachend laten boek en spel,

Voor wien maar verkleumde grijzen

Huivren in hun kille cel, -

Mij is elke dag verloren,

Die uw lokstem niet verneemt;

Want dit land van most en koren

Is mij immer schoon en vreemd,

Want nooit beurde ik hier te drinken,

't Water dat de ziel verjongt,

Of van dichtbij hief te klinken

't Verre wijsje dat gij zongt;

Alle schoon dat de aard kan geven

Blijkt een pad dat tot u voert,

En alleen is leven leven

Als het tot den dood ontroert.