Ik plukte drie dorre takjes

Hugo Distler

Ik plukte drie dorre takjes

van een oude hazelaar

en zette ze in warm water

in een kruikje klaar.

Het was op Sinte Barbara

dat ik die twijgjes plukte

en toen het bijna Kerstmis was

'n wonder mij verrukte.

Er bloeiden al twee twijgjes

en in de heilige nacht

ontlook zowaar het derde ook

wie had dat ooit gedacht.

Ik had drie dorre takjes,

door de hazelaar gegeven,

God liet ze rijpen en gedijen

net als ons eigen leven.