De schalmei
Hugo Godron
Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wankja die Iwan heette.
Allen konden werken:
Een was geitenhoeder,
Een vlocht sandalen,
Een zelfs bouwde kerken,
Maar Iwan die Wankja heette
Wilde niet werken.
Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.
O mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen.
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei
Laat anderen werken
Sandalen maken of kerken.
Wankja heeft genoeg aan zijn schalmei.