Liefdeleed

I. Fuerison

En in haar heldren blik las ik vertrouwen;

'k Schonk haar mijn hart... mijn liefde gansch alleen...

Bij 't wandelen door geurige landouwen,

Versmolt mijn kus met haren kus ineen...

Geknield op 't grastapijt bij haar aanschouwen,

Wijl 't gouden zonlicht langs het West verdween,

Mocht ik met haar een gulden toekomst bouwen...

We droomden samen... en wij waren een!

Mijn vuurge liefde werd zoozeer bedrogen:

Haar weermin... kussen... eeden waren logen...

Nu bloedt mijn ziel bij eenzaamheid en haat!

Zooals de bijl des beuls het hoofd doorkliefde,

Zoo doodde zij mijn heil, do-ch met mijn liefde:

De trouwe liefde die mij nooit verlaat!...