Nieuwejaarslied
I. Fuerison
Het jaar is gaan vluchten,
Vriendin en gezel!
Veel heils en genuchten,
Voor ' t zweeten en ' t zuchten,
Zoo lang en zoo fel!
Klinkt op nu de glazen,
Bij ' t razen
En ' t blazen
Van pijpen en bom:
Het jaar is om, het jaar is om!
Vergeten zijn plagen
En ramp en verdriet;
Geen harten die knagen,
Noch boezems die jagen, Begrijpen ons lied.
Ons zorgen verzinken,
Bij ' t drinken
En ' t klinken
Van vedel en luit;
Het jaar is uit, het jaar is uit!
' t Sloop weg als zijn oude,
Versleten en krom;
Bevreesd dat het zoude
Vergaan van de koude,
Die dagelijks klom;
En ' t nieuwe, verschrokken Voor vlokken,
Noch ' t schokken,
Van noorderorkaan,
Ving juichend aan, ving juichend aan!
Verheugd er dan binnen,
Met vroolijk gemoed!
Een lustig beginnen
Zal zaligheid winnen,
En zegen en zoet.
Dan treffen geen vlagen
De dagen
Van magen,
Van vrijster en vrind,
Als ' t jaar begint, als ' t jaar begint.
Welaan dan, geklonken,
Voor buur en gezin!
Eens jeugdig gedronken,
Om't harte te ontvonken,
Voor vreugd en voor min!
En staven en steunen
Wij ' t dreunen Der deunen,
Van lieder en snaar,
Voor ' t nieuwe jaar, voor 't nieuwe jaar!