Kom hier mijn Roozenkrans

I. Mortelmans

Komt hier, mijn Roozenkrans;

het is mij al ontvlogen

waaraan ik troost weleer

en lafenis vragen dorst.

Het is mij al ontgaan

het heeft mij al bedrogen,

't Is ijdel en het gloeiit

in dees gepijnde borst.

Geen bronne meer die spruit,

geen dauwdrops helpend leken,

geen blaren aan den boom,

geen water in de beken,

niet, niet als bittre smert

die langs mijn kaken glijdt,

en gij, mijn Roozenkrans

die mij gebleven zijt!