Kom, eerst je handen

J. Blockx

Kom - eerst je handen!

Kom - eerst je handen,

je mooi-kleine handen,

je melkwitte hande

zoo fijn en broos,

je lief-lieve speelhanden,

je weeke streelhanden,

je zachte heel-handen

frisch-koel als een roos.

Heel in de mijne,

heel tusschen de mijne,

als vogeltjes kleine,

gevangen, toch vrij,

zóó wil ik ze houden,

zóó wil ik ze warmen,

zóó wil ik ze voelen

héél - héél van mij!

En dan - je hoofdje,

je kinderhoofdje,

je sprookjesmooihoofdje

goud - zonneblond;

je hoogrein voorhoofd,

je bloemige wangen,

je kin en je neusje -

en je mond, - je mond!

Heel aan mijn boezem

moet je het leggen;

heel in mijn handen,

waar 't in verdwijn';

dat ik het voele,

dat ik het hebbe,

dat - blij - 'k mag zeggen:

'Mijn - eindlijkmijn!'