Ons dagelijks brood

J. Geraedts

o Goedheid, zonder einde of grond,

o Godlijke ontfermhertigheden,

gedoogt dat ik mijn' dankgebeden

U bieden durve, en bidde U, heden,

om 't dagelijksch brood, dat hert en mond

mij laven zal; mij recht en reden

beseffen doen, mij 't lijf gezond

bewaren, tend de strijd voor goed is uitgestreden!