Mijn lieveken open je deurken en lach
J. Koetsier
Mijn lieveken open je deurken en lach
En zend tot de zon je gebed,
En een vaas met een gele mimosatak
Fijn-blij voor je vensterken zet.
Die zie ik van ver als ik zingende kom
Al over de heide gegaan,
Die zijn lijden vergeet en zich zelf niet meer weet,
Nu een lente van liefde ving aan.
Zoo wijd is de heide en de berken zoo fijn,
Ze blinken in 't goudene licht,
En licht is mijn hart in den licht-blijen dag,
En licht is je lieve gezicht.