Wat beweegt daar snel

J. Koetsier

Wat beweegt daar snel, zoo snel,

zilver-glanzend, schietend voort,

als een ijlend tintenspel,

dat bekoort?

Dat zijn draden, zijïg - fijn,

glinster-blinkend in de zon,

dat een heir van spinnen, klein,

spele-spon.

Langs die draden woorden gaan,

snel van eiken-blad tot blad,

dat ik om die taal te raân

wijsheid had!

Blâren ritslen zacht, heel zacht,

en het zuiver zonlicht glanst

goud op goud en zilver-pracht

toover-danst.