Zangrig blaast een knaap de fluit
J. Koetsier
Zangrig blaast een knaap de fluit,
laat zijn liedje klinken,
' t lichten van den dag heeft uit,
de avond kwam te zinken.
Dralend praalt het luchte-goud,
' t doet zoo stil mij poozen,
' k weet niet, hoe ik, arm en oud,
denk aan roode rozen.
' t Liedje zwijgt, het woud wordt stil,
' k leef in schoon verblijden,
' t klinkt diep in mij voort, ik wil
zóó den dag verbeiden.