Herfst

J. Maassen

'k Herdroom dit jaar, in de eeuwigheid verloren.

Een boom meewarig schudt den blonden kop,

Een hemeltraan lijkt elke regendrop -

Nu laat geen stem, geen stap mijn denken storen.

De voorhang dicht, in goud van kaarsengloren,

Als hij, die las het tragisch boek van Job,

Beluister droef ik d'eigen harteklop

En vraag mijn God waarom ik werd geboren.

Alleen om 't lied, na bang doorwoelden nacht,

In de enge cel, vaak weenend, neergeschreven,

Mijn troost, mijn trots, geliefd eens, nu veracht,

Verleende God mij 't eenzaam lijdensleven?

Zal de Eeuwigheid mij 't éens beloofde geven? -

Ik vouw de handen en berust en wacht.