't Is dag

J. Maassen

't Is dag! 'k Ben uitgerust:

het voedzaam vaste slapen

heeft mij de ziel gewekt

en 't lichaam vrijgeschapen

van 's arbeids zwaren dwang,

die me op de schouderen lag;

en wakend heete ik u

Gods welkom, blijden dag!

't Is dag! 'k Gevoel 't, ik zie 't,

ik hoore 'et, aan het klinken

der vlugge vogelen, die,

in 't jongste schemerblinken

der morgenzon, hun lied

en de eerste klanken slaan,

die van 't herwekte dal

des aardsrijks henengaan.

't Is dag! Ik hoore, ik zie,

met nieuwgeboren stralen,

de zon heur evenbeeld

mij door de vensteren malen:

'Staat op!' zoo roept ze, 'o mensch,

het oosten kriekt alom;

staat op: weêr herbegint

ons dapper dagwerk! kom!'

'Staat op!' Zoo klinkt het woord,

het dagwoord van de zonne:

'staat op, o volk en vee

en vogels: in de bronne

des levens vroomt uw herte,

o kruid- en boomgestalt',

terwijl de middag bloeit

en eer de zonne valt!'