De drie princessen
J. Nieland
Drie princessen in het Land van Sym
Stonden wachtende aan het blanke zeestrand,
Keken uit verlangend naar een vaartuig,
Dat haar voeren zou naar verre kusten,
Naar de kusten waar de vrijheid woont.
Drie princessen in het Land van Sym
Hieven op haar handen naar de goden,
Smeekten af vervulling van 't verlangen,
Maar op 't gloeiend angstvervulde smeeken
Sloeg geen enkele der goden acht.
Drie princessen in het Land van Sym
Klaagden lange dagen, lange nachten.
Niemand hoorde hoe haar droefheid riep.
En haar schoonheid welkte als bloemen welken
En haar stem doofde uit gelijk een licht.
Drie princessen in het Land van Sym
Zitten oud en grijs aan 't blanke zeestrand
En haar handen spelen met het zeezand
En zij strooien 't zeezand op haar haren,
Wanend dat het zomerbloemen zijn.