'k Zat bij nen boom te lezen

J. Röntgen

'k Zat bij nen boom te lezen,

al in mijnen brevier;

de zunne kwam gerezen,

gelijk een kole vier;

de blijde vogels dronken

de dreupels van den mei,

de morgenperelen blonken

en brandden in de wei,

lijk vier:

'k zat bij nen boom te lezen,

al in mijnen brevier!