Irrequietum

J. Ryelandt

Als één verdriet is uitgezucht,

en ruimte is, zult ge zeggen,

en reden daar, om ééns, toch ééns,

het rouwkleed af te leggen!

't En doet! Daar zitten zuchten al

volveerdig, neêrgedwongen,

en beidende, in de bange borst,

die geren henensprongen!

Ze kwellen en ze pramen u,

en baren zult ge, baren,

ach! De altijdonvolborentheid

des weedoms! De oude jaren

en letten 't herontvangen, noch

het grootgaan, immer: sterven

van droefheid, zult ge, in barensnood,

en 't eeuwig - leven - erven!