Mooi grietje
J. Tinel
Mooi Grietje staat op liefde wacht,
te middernacht, te middernacht;
Ze tuurt aan 't open vensterkijn,
ver in den bleeken maneschijn.
Mooi Grietje staat te middernacht
op liefde wacht.
Het goede vol gezicht der maan,
staart Grietjen uit den hoogen aan;
't schijnt wel of om haar breeden mond,
en meelijtrek te lezen stond.
Het goede vol gezicht der maan
staart Grietjen aan.
Mooi Grietje tuurt, mooi Grietje wacht,
'twordt later, later in den nacht;
De mane pinkt haar deernis weg,
glijdt verder over haag en heg;
de nachtuil krast een spottend lied:
"Die arme Griet!"