O eene uit al
J. Tinel
o Eene uit al,
die Adams val
heeft onbelet gelaten;
die verre en wijd
veel schoonder zijt
als de alderschoonste vaten!
o Edel vat,
Gods eigen stad,
Gods woninge ongeschonden...
hoe zal ik dan
de schoonheid van
uw' zuivere ziel verkonden?
Komt, staat ons bij,
Gods Engelen blij,
die, knielend aan heur voeten,
Gods schoonheid in
uw' Koningin
moogt kennen en begroeten!
Dan, wij die haar,
van verre maar,
en al te onweerd, aanschouwen;
laat ons, met vreugd,
haar onze deugd,
ja, tot der dood, betrouwen!