Herinnering

J. van Bree

Ik mogt zoo gaarne dwalen

Langs bosch en heuvelkling als ik den dorpeling

Langs 't voetpad af zag dalen

En 't lied der nachtegalen

De herdersfluit verving:

Dan mogt ik gaarne dwalen

Langs bosch en heuvelkling

Dan mogt ik gaarne dwalen

Langs bosch en heuvelkling

Ik mogt nog liever dwalen

Langs bosch en heuvelkling

Als'k meibloem en sering

In 't licht der Maan zag pralen

En 't bleeke groen der dalen

Vol zilverdruppels hing:

Dan mogt ik liever dwalen

Langs bosch en heuvelkling

Dan mogt ik gaarne dwalen

Langs bosch en heuvelkling

Maar't liefst mogt ik er dwalen

Als'k langs den heuvelkling

Aan Klara's zijde ging

En dan bij't nederdalen

Na lang en blozend dralen

Een kus van haar ontving:

O, mogt ik weer zoo dwalen

Langs bosch en heuvelkling

O, mogt ik weer zoo dwalen

Langs bosch en heuvelkling