Aetherblauw

J. van der Glas

Licht en levend aetherblauw,

wees mijn troost,

'k leefde lang in winterkou.

In het Oost

zag ik nergens rozenbloei,

zongegloei.

'k Draag verlangen in mij staêg

naar uw tint,

want mij trof zoo meenge vlaag.

Felle wind

deed mij huivren in den dag,

zonder lach.

Geef me uw glans één oogenblik,

daal in mij,

laat mij zingen: gij en ik!

Maak mij blij,

daar gij voor het kind, dat droomt,

zege-stroomt.