Kerstlied
J. Van Hoof
Een veldschalmei
snijdt door de nacht
zijn tonen blij,
zijn tonen zacht...
Een herder houdt de wacht.
Maar de hemel gloeit!
Een engel daalt:
de weide bloeit
de weide straalt.
Een schaapstal heeft
wat plaats geruimd,
Waar wind door zweeft,
waar wind in huilt.
Een arm gezin in schuilt.
Aldaar, ontroerd,
de herder vindt
een vrouw die snoert,
een vrouw die windt
wat doeken om haar kind.
't Gesternte glanst
in wijdsen kring,
't Gebergte danst,
de heuvel springt
als 't hemelleger zingt.
O nacht, getuigt
hoe de Heer is goed.
Komt wereld, juicht,
Komt valt te voet.
Voor God, in vlees en bloed.