Eerste Mislied

J. Van Nuffel

o Priester, Vorst, Propheet gekoren,

in Jesu-Christi Kerk herboren,

des werelds hoop, Gods afgezant;

hoe dikwijls zal 't gedacht van dezen

uw' schoonsten dag u sterkend wezen,

op uwen weg naar 't Vaderland!

Men zal u haten, immers, tergen;

men zal uwe eere en faam verbergen;

men zal u vangen, spannen, slaan;

toch gij zijt Priester, 't zout der aarde,

en, of me u lijf noch led en spaarde,

'tu es sacerdos,' dat blijft staan!

'Tu es sacerdos,' dat is heden

tot in der eeuwen eeuwigheden

u als een teeken ingeprent;

u als een schild van God gegeven,

met Zijnen naam daarop geschreven:

wee, of hem gij of iemand schendt!