O Engeltjen dat weggevlogen

J. Van Nuffel

o Engelken, dat, weggevlogen,

hebt ons, eilaas, en al bedrogen

dat op uw' schoonheid hopen dierf;

in ons verlies hebt gij gewonnen,

maar wie zal ons nu troosten konnen?

Ons jongste, ons liefste meisken... 't stierf!

Komt dan gij zelve, o hemeldiefken,

komt weer bij ons, o zalig liefken,

en, schoon geen menschenooge u ziet,

laat op het kerkhof 't zielloos wezen,

dat gij ontgaan zijt en ontrezen

en blijft bij ons, in ons verdriet!