Concertaria

J. Verhulst

Bedwelmend is de geur der nachtviolen,

Bedwelmend als de nacht!

Was dat een klagt?

Helaas! de tijd van rustig ommedolen,

In 't digte woud,

Wanneer, in 't loof verscholen,

De nachtegaal

Zijn zoete taal

Der luist'rende ooren toevertrouwt,

De vlugge voet,

Bij 't zalig peinzen, toeven doet;--

Die tijd ontvlood met al te snellen spoed!

Thans zijt ge niet meer rustig, mijn gemoed!

Wat kweelt gij, nachtegalen!

Gij zijt niet wat mij kluistert aan het oord,

Waar 'k eens, bij 't eenzaam dwalen,

De stem der liefde heb gehoord.

't Was zoeter dan uw lied, o! bosch-koralen,

Dat teeder woord!

Maar 't heeft mijn rust verstoord,

Maar 't heeft mijn hart

Met grievend leed beladen.-

Stil! ruischte daar geen voetstap door de bladen?...

Hij is 't!-

Vergeten is de smart!

Nog eens des levens zaligheid genoten,

Nog eens door d'arm der trouwe liefde omsloten,

De wereld en het lot getart!