Liedje

J. Watelet

Het vloog een klein wild vogelken

tot mijn liefs venster in:,

Staat op, mijn allerliefste,

staat op en laat mij in.

Ik heb te nacht gevlogen

al om die wille dijn.

Hebt gij te nacht gevlogen

al om die wille mijn,

zoo komt ter halven middernacht

ik wil u Iaten in.

Ik wil u dekken warme

met mijnen sneeuwwitten arme.