Sint Jans vier

J. Wierts

Nu zit de zonne

hooge in den hemelstoel,

nu zit de zonne

hooge over al.

Haalt hout en helpt ons,

hoopt het te gare alhier;

haalt hout en helpt ons

mede, altemaal!

Vliegende vlamme,

vlerke van 't zonnewiel,

vliegende vlamme,

vlucht in den hoop!

Ziet, hoe de vlamme bijt;

ziet, hoe heur tonge laait;

ziet, hoe de vlamme bijt,

binnen in 't hout!

Haalt hout en helpt ons,

hoopt het te gâre alhier;

haalt hout en helpt ons

mede, altemaal!

Danst nu den zomerdans,

danst deur de vlammen heen;

danst nu den zomerdans,

gij, gasten, te gaâr,

gij, gasten, te gaâr!

Haalt hout en helpt ons,

hoopt het te gare alhier;

haalt hout en helpt ons

mede, altemaal!

Laat ons een liêken,

dansend den zomerdans,

laat ons een liêken

zingen daartoe!

Zoo zal, eer 't avond wordt,

leutig ons zomervier

sperken en sparken, om-

hooge in den hemel slaan,

en leve Sint Jan!

Hoe langer

hoe liever,

hoe langer

hoe liever,

ja, leve Sint Jan!

Haalt hout en helpt ons,

hoopt het te gare alhier;

haalt hout [en helpt ons

mede], altemaal!

Ziet hoe de sterren,

diepe in den hemel daar,

lonken en linken

naar ons gedans!

Stokken en sterren,

heerdvier en hemelvier,

herten die jong zijt,

al ondereen;

eer wij gaan slapen,

nog eens geroepen nu:

Leve Sint Jan!

Haalt hout en helpt ons,

hoopt het te gâre alhier;

haalt hout en helpt ons

mede, altemaal!