Ganymedes

Johann Friedrich Reichardt

Hoe in 't morgenzonlicht

Jij alom mij toestraalt,

Lente, Geliefde!

Met duizendvoud'ge liefdegolven

Dringt in mijn hart naar binnen

Van jouw eeuwige warmte

't Heil'ge gevoel,

Oneindige Schone!

Kon ik omvatten jou

Met deze arm!

Ach, dicht aan jouw boezem

Lig ik en hunker,

En al jouw bloemen, jouw gras

Persen zich aan mijn hart.

Jij koelt de brandende

Dorst in mijn binnenst,

Lieflijke morgenwind!

Daar roept de nachtegaal

Minziek naar mij uit het neveldal.

Ik kom, ik kom al!

Waarheen, ach, waarheen?

Omhoog!

De wolken, zij zweven

Neerwaarts, de wolken

Nijgen naar de smachtende liefde.

Hier! Hier!

Op jullie vleugels

Opwaarts!

Omstreng'lend omstrengeld!

Opwaarts, omhoog naar jouw boezem,

Alminnende vader!