Adelaïde
Karl Friedrich Zelter
Eenzaam wandelt je vriend in lentes lusthof,
Mild door liefelijk toverlicht omgeven,
Dat door wiegende bloesemtakken schittert,
Adelaïde!
In het spieg'lende meer, in de sneeuw der Alpen,
In de glanzende wolken van de avond,
In het landschap der sterren straalt je beeltenis,
Adelaïde!
Avondbriesjes in 't zachte lover fluist'ren,
Zilverklokjes in 't Meise grasland suiz'len,
Golven ruisen en nachtegalen fluiten:
Adelaïde!
Eens, o wonder, ontbloeit straks op mijn grafkuil,
Uit de as van mijn hart een mooie bloemknop;
Duid'lijk glinstert op ieder purp'ren blaadje:
Adelaïde!