Jij bent als een bloem

Konrad Ulrich Alexander, Graf von Wartensleben

Jij bent als een bloem,

zo lief en mooi en zuiver;

ik kijk naar je, en weemoed

bekruipt me, ik huiver.

Ik denk, kon ik maar m'n handen

op jou, jou leggen, zacht,

biddend, dat God je behoudt,

zo gaaf en mooi, je pracht.