Wie is als God

L. De Vocht

"Wie is als God!" zoo wierd het woord,

in lang verleden tijden,

omtrent den throon van God, gehoord,

als Michaël ging strijden.

"Wie is als God!" Hij won den slag

en satans volk vernederd lag.

Tusschenzang:

De vane omhooge! en immer voort,

die weerbaar is, gestreden!

"Wie is als God!" weergalme 't woord

des zegepraals, nog heden!

De vijand wierd verwonnen, maar

zijn hoogmoed niet gebroken;

met lichaamsrampe en zielgevaar

blijft satan ons bestoken;

doch, stuive en storme 't nog zoo fel,

"Wie is als God!" roep Michaël.

(

Tusschenzang

De wereld is een worstelperk

vol vijandschap en veeten;

geen winnen, of een wapenwerk

van dapperen mag 't heeten:

die weerbaar is den vrede haalt,

(

Tusschenzang

Bewaart ons in den wijg, en doet

ons allen, die u eeren,

tot tenden uit, met kloeken moed

de slagen slaan des Heeren;

bevrijdt ons van der kwaden dood,

o Michaël, Gods engel groot!

(

Tusschenzang

"Wie is als God!" zij ons geschreeuw,

zoo 't uwe was, voordezen;

verwinnaar zal de vlaamsche leeuw

door Michaël, nog wezen;

staat, Engel Gods, zoo bidden wij,

ons, lijdend, wijgend, stervend, bij!

(

Tusschenzang