De bloemen en de sterren
L. Mortelmans
Hoe min ik u, volschoone Bloemen
Bloemen Om wie wy zoo de lente roemen;
Hoe min ik, u o Sterren glans
Der stille nacht aen 's hemels trans!
De wereld is een dubble gaerde,
Gy, lieve Bloemen, hebt deze aerde;
En, gouden Sterren, u is 't veld
Der heemlen tot een' tuin gesteld.
Gy, by den dageraed ontloken,
Gy, door Gods englen aengestoken,
Bekoort, bekoort nog lang myn oog.
Schenkt aen myn' nacht het heillicht weder
o Bloemen, Sterren van hierneder!
o Sterren, Bloemen van omhoog!