Het kerelskind
L. Mortelmans
— Van waar koms du getreden
Zo laat door rein en wind,
Van waar komst du getreden,
Alleen, du blonde kind?
— Du smidje van de woude,
Ik kome van het veld
Waar vader heeft gestreden,
Waar vader ligt geveld.
— Lo! viel hij, 't was met ere,
Dijn vader welbemind.
Wat bergt dijn blauwe schabbe,
Du arrem heldenkind?
— Du smidje, 't zijn de scherven
Van vaders goede zweerd;
Du zals het mi hersmeden:
Het is 't hersmeden weerd.
— 'k Hersmede het di sterker
Dan 't vaders hand ooit zwong
Maar, waartoe wil 't di dienen?
Du best zo bitter jong.
— Du smidje van de woude,
Bij Lo! du ne bist nie' vroed:
Mijn vader wille ik wreken
Met stromen walenbloed.