Van het Dombeeld

L. Mortelmans

Nog zweeft mij door het geheugen

gelijk een verzwonden droom

de grootsche Dorn van Keulen

aan Duitschlands heiligen stroom.

Ter oude kathedrale

daar zag ik een goddelik beeld

dat als een hemelstrale

nog in mijn ziele speelt.

Het was de Maged der Maagden,

de reine zonder smet.

Mijn liefken, -- de hemel vergeef mij de zonde! --

mij dunkt nu, het was uw portret.