Mij moogt ge alles, alles zeggen
L. Verachtert
Mij moogt gij alles, álles zeggen,
uw minste vreugd, uw lichtste grief;
mij moet gij alles, alles zeggen -
geen moeder had u ooit zoo lief!
Mijn ogen zullen licht doen stralen
in 't donkerst hoekje van uw hart,
en uit mijn ziel zal laafnis dalen
in de uw - bij elke nieuwe smart.
'k Wil alles, alles van u weten,
al wat u drukte, al wat u drukt,
al wat gij hebt betracht, bezeten,
elk bloempje, door u afgeplukt.
'k Wil met u juichen, met u klagen,
met u, van u zijn, na als vóor;
al wat gij niet alleen kunt dragen,
draag ik met u - het leven door.
Mij moet gij alles, alles zeggen....,
en heel des levens bitre last
moet ge in mijn handen nederleggen:
dán eerst smelt hart in harte vast.