Galathea
L. Zwaap
Minnaar
Galathea, zie de dag komt aan.
Galathea
Nee mijn lief, wil nog wat marren, 't zijn de starren,
nee mijn lief, wil nog wat marren, 't is de maan.
Minnaar
Galathea, 't is geen maneschijn.
Galathea
Hoe? 't Is nog geen één geslagen, wat zou 't dagen?
Hoe? 't Is nog geen één, het kan de dag niet zijn.
Minnaar
Galathea, aanschouw de hemel wel.
Galathea
Laas! ik zie de dagerade, t'onzer schade,
laas! ik zie de dageraad, de tijd is snel.
Waarom duurt de nacht tot d'avond niet?
Dat wij vrolijk met ons beiden, zonder scheiden
blijven mochten, totdat ons de dood verried.
Galathea
Nu adieu, mijn troost, en blijf gezond.
Minnaar
Wil mij nog een kusje geven, och mijn leven,
gun mij nog een kusje van uw blijde mond.
Galathea
Och mijn leven, komt gij t'avond weer?
Minnaar
Laas, uw moeder mocht het horen en zich storen,
maar al zou ze haar storen, ik kom evenzeer.
Galathea
Och mijn hart, hoe raak ik van uw hals?
Minnaar
Laas, de dag en wil niet lijen 't langer vrijen,
dank heb van uw zachte kusjes en van als!