In nachtschaduw

Lex Zwaap

In nachtschaduw

Verwacht ik u

Tusschen slapende rozen.

Mijn ziel zoekt waar uw luister is, -

Al paden gaan uit in duisternis,

De lucht staat sterbevrozen.

O mijn zon, rijs

Eer maan in 't ijs

Van den hemel haar gulden wak breek':

Haar licht aan de kim al flonkerschreit;

Geluiden rimplen de donkerheid

Als vallende bloesems de nachtbeek....

Hebt gij gewacht

de koele pracht,

Die de maan giet uit ijzen fiolen?

Om te komen door manesneeuw ongehoord

Langs der schaduwperken donkre boord,

Die bloeien vol nachtviolen?

De teêre Nacht

op hoogre wacht

Blaast bellen van lichte stilt';

Zij zwellen en stijgen, een glazenschrik,

Als baldakijnen maandoortrild,

En breke in een snik....

O lief beloofd,

Troost mijn moê hoofd,

Dat mijn ziel mag slapen in laten nacht:

Waar al de sterren zijn

Kunt gij niet verre zijn,

O kom, ik wacht.